Behandeling dyslipidemie en cardiovasculaire preventie:
België kan beter als het om cardiovasculaire preventie gaat. Dat is de uitgesproken overtuiging van de , de en de , die bij het verschijnen van de nieuwe Europese richtlijnen voor de behandeling van dyslipidemie enkele blijvende pijnpunten willen aanwijzen: de cardiovasculaire mortaliteit in België ligt nog steeds rond de 50 % en één patiënt op de twee neemt zijn lipidenverlagende geneesmiddelen niet in.
In 2012 blijven hart- en vaatziekten de oorzaak van bijna een op de twee overlijdens vóór de leeftijd van 75 jaar. Nochtans was die mortaliteit al met 50 % afgenomen, voor een groot deel dankzij de geneesmiddelen die de risicofactoren aanpakken. Vandaag "blijft het belangrijk om die factoren duidelijk aan te wijzen," zegt prof. Victor Legrand (CHU Luik). "Want ze dragen allemaal in diverse mate bij tot de etiopathogenese van atherosclerose."
Welke patiënten behandelen?
Op de eerste plaats behandelen we de patiënten met een zeer hoog risico en met:
Multifactorieel en multidisciplinair
Ondanks het gunstige effect van de behandeling, dat zich laat vaststellen in een afname van het aantal coronaire accidenten en CVA's en in een verminderde cardiale en totale mortaliteit, blijft er een duidelijk probleem van therapietrouw bestaan. Nauwelijks 50 % van de patiënten blijft statines nemen na een eerste cardiovasculair accident. Vandaar de noodzaak van een nauwe samenwerking tussen de huisarts, die de hoeksteen blijft voor de coördinatie en de opvolging van de patiënt en zijn compliance, en de cardioloog. Die laatste moet advies geven over de statines, hun dosering en het type patiënten bij wie de behandeling het meeste baat zal opleveren.