Worden wij de generatie die aids klein krijgt?
Bij alle nieuwsberichten die rondgingen naar aanleiding van Wereldaidsdag, waren er enkele optimistische boodschappen. Neem nu de cijfers die gepubliceerd werden door het Wereldwijde Fonds voor de Strijd tegen Aids, Tuberculose en Malaria. Dat werd in 2002 opgericht met als doel de middelen voor de strijd tegen deze drie pandemieën aanzienlijk op te krikken. Intussen steunt het Fonds programma's in ruim 140 landen.
De laatste resultaten die het Fonds publiceerde, zijn erg bemoedigend. Uit de gegevens blijkt dat aan het eind van 2013 6,1 miljoen seropositieve patiënten in de wereld toegang zullen hebben tot antiretrovirale geneesmiddelen, een toename van 45% in één jaar tijd. Dat kan vooral worden verklaard doordat landen als Zuid-Afrika, India, Oeganda en Tanzania voortaan betrouwbare gegevens verstrekken.
Ook de cijfers van de twee andere fronten, de strijd tegen malaria en tuberculose, stemmen tot optimisme.
Deze positieve resultaten zijn des te belangrijker omdat er in Washington een cruciale vergadering zal plaatsvinden om de financiële middelen van het Fonds aan te vullen. De laatste inzameling drie jaar geleden bracht bijna 6,8 miljard euro op.
"Als we erin slagen het nodige geld bijeen te brengen en als we ons concentreren op de meest kwetsbare personen, kunnen wij de generatie zijn die aids overwint", verklaarde Mark Dybul, algemeen directeur van het Fonds.