Het Syrische conflict op het congres van de APA (APA 2014)
Je kan je moeilijk voorstellen dat er op een Amerikaans congres een uiteenzetting wordt gegeven over het conflict in Syrië. Het conflict zit in een impasse en niemand lijkt zich het lot van de gedeporteerde volkeren aan te trekken. Het woord aan Gökay Alpak en medewerkers van de Universiteit van Gaziantep, Turkije.
De burgeroorlog in Syrië is meer dan drie jaar geleden begonnen. Honderden duizenden mensen zijn gevlucht naar Turkije, Jordanië, Libanon, Irak en Armenië. Momenteel zijn er waarschijnlijk meer dan 600.000 vluchtelingen op Turks grondgebied. Die mensen hebben een enorme behoefte aan gezondheidszorg. Gökay Alpak en medewerkers hebben onderzocht in welke mate die vluchtelingen tekenen van een posttraumatische stressstoornis (PTSD) vertonen. Ze hebben hun studie uitgevoerd bij 4.125 mensen die in tenten woonden. Vroegere studies hebben zeer uiteenlopende cijfers gepubliceerd over de frequentie van PTSD: van 4,4 tot 86%. Ook wilden ze nagaan welke sociaal-economische variabelen invloed kunnen hebben op het optreden van dergelijke stoornissen.
In een monster van 352 vluchtelingen van 18 tot 65 jaar bedroeg de frequentie van PTSD 33,5%. Het percentage spontane remissie bedroeg 11,6%. Dat is echter maar een gemiddelde. Bij verdere analyse werd vastgesteld dat die frequentie in verschillende situaties kon oplopen tot 71%. Het risico op PTSD was hoger bij vrouwen, bij mensen met een persoonlijke of familiale voorgeschiedenis van psychiatrische stoornissen en bij mensen die minstens twee traumatische gebeurtenissen hadden overleefd.
De Turkse vorsers benadrukken dat die patiënten dringend zouden moeten worden behandeld. Mogelijk vertoont twee derde van die populatie immers een PTSD. De psychiaters ter plaatse zullen het werk dus zeker niet aankunnen.