Over de betekenis en de rol van osteocalcine
Epidemiologische studies associëren een lagere osteocalcinespiegel met de aanwezigheid van een metabool syndroom. Kan osteocalcine bij oudere mannen als merker voor de ernst van het metabool syndroom worden gebruikt? En wat weet men over diens rol bij atherosclerose?
Bot speelt via osteocalcine een rol in de regulatie van de energiehuishouding. Dit hormoon wordt exclusief door de osteoblasten aangemaakt. Het stimuleert de bètacellen tot vrijstelling van insuline en de adipocyten tot vrijstelling van adiponectine waardoor ook de gevoeligheid van de weefsels voor insuline toeneemt.
Omgekeerd evenredig
In de Franse studie werden 798 mannen, tussen 51 en 85 jaar, geïncludeerd. Bij 30% werd een metabool syndroom gediagnosticeerd, waarvan de ernst werd bepaald door het aantal criteria gebruikt in de definitie (dus maximum vijf). Hoe meer criteria voor metabool syndroom aanwezig waren, hoe lager de gemiddelde osteocalcinespiegel, van 19,5±6,7 ng/ml bij 0-2 criteria tot 15,0±5,1 ng/ml bij 5 criteria (p=0,002).
In een multinomiaal logistisch regressiemodel ging een stijging van 10 ng/ml in de osteocalcinespiegel gepaard met een lagere prevalentie van ernstig metabool syndroom: OR 0,93 (0,17-1,24) bij drie aanwezige criteria, 0R 0,54 (0,34-0,84) bij vier criteria en OR 0,28 (0,10-0,82) bij vijf criteria. Na correcties, pasten osteocalcine, leeftijd en vrij testosteron in de trapsgewijze analyse van het model; dat was niet het geval voor de klassieke botturnovermerkers (PINP, bètaCTX, bot alkalische fosfatasen).
Beschermend effect op endotheel
De beschermende rol van osteocalcine op glucosehomeostase en metabool syndroom verklaart evenwel diens rol in het atherosclerotische proces nog niet. Bij acht weken oude ApoE-deficiënte muizen hebben onderzoekers uit Shangai dagelijks intraperitoneaal osteocalcine ingespoten. Hierdoor verbeterden het lipidenmetabolisme, de glucosetolerantie en de insulinegevoeligheid wanneer aan de muizen een vetrijk dieet werd voorgeschoteld. Bovendien werd een beschermend effect op het endotheel van de thoracale aorta vastgesteld dat vermoedelijk via de PI3K/Akt/eNOS-signaalweg verloopt.