Cognitieve en biofeedbackrevalidatie, een efficiënte behandeling
Nederlandse collega's hebben aangetoond dat cognitieve revalidatie met biofeedback in het ziekenhuis doeltreffend is bij de meeste kinderen met urge-incontinentie als gevolg van een overactieve blaas. Ook de langetermijnresultaten zijn zeer bevredigend.
De vorsers hebben het nut van een programma van cognitieve en biofeedbackrevalidatie onderzocht bij kinderen die in het ziekenhuis waren opgenomen wegens klachten van urge-incontinentie door een overactieve blaas en bij wie een ambulante behandeling met anticholinergica en urotherapie geen resultaat had opgeleverd. Ook hebben ze onderzocht welke factoren het welslagen van de behandeling kunnen voorspellen.
Revalidatieprogramma
Dat revalidatieprogramma werd toegepast bij 70 kinderen van 7-13 jaar met urine-incontinentie als gevolg van een hyperactieve blaas tijdens een ziekenhuisopname. Een belangrijk onderdeel van het programma is dat de kinderen technieken van centrale blaasremming moeten aanleren om de fenomenen van overactieve blaas te onderdrukken. Voor deelname aan het programma waren de patiëntjes gedurende gemiddeld 41,4 maanden behandeld met geneesmiddelen en urotherapie (gedragstherapie), zonder succes. De resultaten van het revalidatieprogramma werden geëvalueerd zes maanden na voltooiing van het programma. Twee jaar later werden de kinderen uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen om de werkzaamheid op lange termijn te evalueren.
Uitstekende resultaten op middellange en lange termijn
Bij evaluatie zes maanden na de behandeling hadden 30 van de 70 patiëntjes (42,9%) geen klachten meer. 22 kinderen hadden minder klachten en 18 kinderen hadden geen baat gevonden bij de behandeling. Een grondigere analyse toonde aan dat oudere kinderen meer baat vonden bij de behandeling (positieve voorspellende factor). Na twee jaar konden 44 kinderen (62,9%) opnieuw worden geëvalueerd. Volgens 28 van die 44 patiëntjes (63,6%) had het revalidatieprogramma een positief effect. 12 kinderen (27,3%) vonden dat de symptomen niet waren verbeterd. 26 kinderen (59,1%) hadden 'droge' nachten en 18 (40,9%) vertoonden nog een zekere incontinentie. Bij 14 kinderen (31,8%) was de urge-incontinentie gerecidiveerd.