Periartritis van de heup, een andere optie dan cortison?
De behandeling van periartritis van de heup bestaat klassiek in niet-steroïdale ontstekingsremmende middelen, fysiotherapie, infiltratie van corticosteroïden en lidocaïne en schokgolven. Bij patiënten bij wie cortison gecontra-indiceerd is, zouden hyaluronzuurinjecties een valabele optie kunnen zijn.
Een periartritis van de heup is een frequente, maar vaak miskende oorzaak van pijn in de zijde. De prevalentie wordt geraamd op 10-25% naargelang van de populatie en de definitie van het syndroom. Een periartritis kent vaak een chronisch verloop. 36% van de patiënten vertoont nog altijd symptomen na 1 jaar en 29% na 5 jaar. Een radiografie van het bekken en de heup geeft doorgaans normale uitkomsten, maar is toch geïndiceerd om een aandoening van het coxofemorale gewricht zoals een coxartrose uit te sluiten. Met een MRI kan je ook een aseptische necrose, een fissuur en een osteïtis uitsluiten of een tendinitis, bursitis of peesruptuur in beeld brengen.
Medicamenteuze of chirurgische behandeling
De eerstelijnstherapie bestaat in pijnstillers en ontstekingsremmers, maar die behandeling werd nooit gevalideerd. Lokale injectie van corticosteroïden is de enige parameter die in klinische studies werd onderzocht: het verschil is statistisch significant en corticosteroïden resulteren in een gunstige klinische evolutie over 5 jaar. In een prospectieve, gerandomiseerde studie vertoonden 55% van de patiënten die werden behandeld met steroïden, een verbetering na 3 maanden en 61% na 12 maanden versus 34% in de groep die de standaardbehandeling kreeg. Voor patiënten bij wie cortison gecontra-indiceerd is, bestaat er nu een alternatief: injecties van hyaluronzuur. Deze gerandomiseerde, dubbelblinde studie1 werd uitgevoerd bij 52 patiënten. De patiënten werden in twee groepen ingedeeld: een groep kreeg injecties van hyaluronzuur op de pijnlijke plaats en de andere groep kreeg injecties van triamcinolonacetonide. De conclusie van de studie was dat hyaluronzuur na 6 maanden niet minder efficiënt was dan het corticosteroïd en veilig was. Het nut van chirurgie (bursectomie en herstel van de pezen) is nog minder gedocumenteerd. Er wordt een gunstige evolutie gerapporteerd, maar de studies werden uitgevoerd bij een klein aantal patiënten en het waren dan nog niet-gerandomiseerde, niet-gecontroleerde studies. Fysiotherapie is ook een eerstelijnstherapie, maar als de evolutie niet goed is, moeten injecties de voorkeur krijgen.