Ooit een community acquired pneumonie, altijd een hoger risico
Bij patiënten die ooit een community acquired pneumonie hebben doorgemaakt, zijn de latere morbiditeit en mortaliteit aanzienlijk hoger dan in de algemene bevolking, volgens een Canadese studie, de grootste en langste studie ooit.
De negatieve gevolgen voor de gezondheid op korte termijn van een community acquired pneumonie zijn genoegzaam bekend, maar de effecten op langere termijn waren veel minder duidelijk. Een casus-controleonderzoek bij meer dan 6000 volwassenen die ooit een community acquired pneumonie hadden doorgemaakt, en bijna 30.000 gematchte controlepersonen heeft dat laatste onderzocht.
Na een mediane follow-up van 9,8 jaar zijn 2.858 patiënten met een voorgeschiedenis van community acquired pneumonie overleden, dus 30 sterfgevallen per 1.000 patiëntjaren meer en een meer dan 50% hoger overlijdensrisico dan in de controlegroep.
Schijn bedriegt vaak. De onderzoekers schrijven dat het absolute verschil in sterfte tussen de patiënten met een voorgeschiedenis van pneumonie en de controlepersonen het laagst was bij de jongste patiënten (< 25 jaar) en het hoogst bij de oudste (> 80 jaar). Maar in feite was de langetermijnprognose het minst goed bij de jongste patiënten: het relatieve overlijdensrisico in die groep was meer dan tweemaal hoge dan in de controlegroep.
Naast die hogere sterfte hebben de onderzoekers ook een significante stijging van het totale aantal ziekenhuisopnames, het gebruik van de spoedgevallendienst en consultaties in het ziekenhuis wegens pneumonie vastgesteld.
Een community acquired pneumonie staat bekend als "de beste vriend van ouderen omdat ze er nagenoeg zeker aan zullen sterven" (een Canadees grapje?). In het licht van die resultaten schreef de eerste auteur Dean Eurich dat "een community acquired pneumonie ook de ergste vijand van jongvolwassenen is". En hij benadrukte het belang van vaccinatie om een pneumonie te voorkomen.