Meneer doktoor is niet meer, de groep neemt het over...
Met deze titel kopte De Standaard over de evolutie van de huisartsen van de voorbije 15-20 jaar. Op dit ogenblik is er een record aan groepspraktijken, wat moet verklaren dat de solohuisarts zijn beste tijd heeft gehad, dat een soloarts niet meer van deze tijd is wegens de complexiteit van de zorg, dat het met andere woorden een onvermijdelijke evolutie is te groeien naar een situatie waar verschillende huisartsen binnen een groep samenwerken. Een aantal van de geschetste beweringen verdienen toch wel enige nuance.
Iemand die wil starten in een groepspraktijk moet evenzo investeren in infrastructuur als zijn soloconfrator. Het artikel laat uitschijnen dat die kosten hoger zijn bij een soloarts, dan een confrator die zich aansluit bij een bestaande groepspraktijk. Dat mag dan wel zo zijn, maar de soloarts heeft dan wel het voordeel dat hij woont en werkt in zijn eigen 'privé-domein'. Dat is een niet te onderschatten voordeel, waarvoor sommigen graag een extra financiële inspanning doen.
Een tweede argument pro groepspraktijken is de permanentie. Patiënten verwachten continue zorg, 7 dagen op 7. Dat klopt, maar met de huidige regelingen kan ook een soloarts comfortabel met dit gegeven omspringen. In de avond zijn er weekwachten, in het weekend is er een wachtdienst, en je kan een collega altijd vragen om de permanentie enkele uren waar te nemen.
Ook bij moeilijke casussen hoeft een soloarts niet benadeeld te zijn. Hij pakt de telefoon, of hij brengt de casus ter sprake op een van de vele bijscholingsavonden van de lokale kring.
Dat solocollega's zich academisch niet zouden kunnen ontplooien, strookt ook al niet met de realiteit. Als je een vast moment in de week afspreekt, is dat heden ten dage organisatorisch goed te plannen.
Het artikel doet ook uitschijnen dat de kwaliteit van groepspraktijken hoger zou zijn dan solo's. Maar er is nog geen enkele serieuze wetenschappelijke studie die dat bewijst.
Wat uit eigen ervaring ook opvalt, is dat patiënten heel vaak kiezen voor een specifieke arts. Natuurlijk kan je dit in een groepspraktijk ook. Maar ik hoor toch vaak het geklaag van mensen die me vertellen dat ze wederom hun arts niet hebben kunnen spreken, maar een collega. De arts-patiëntrelatie blijkt toch een hechte band te smeden.
Kortom, er is inderdaad een onomkeerbare weg naar meer complexe, chronische zorg, niet in het minst door de vergrijzing. Dit vereist nieuwe skills vanwege de zorgverlener. Dat groepspraktijken beter gewapend zouden zijn om dit aan te pakken, is enkel nog maar een hypothese. Goede geneeskunde staat of valt in de eerste plaats met de kwaliteit van de behandelaren. Of die nu opereren in een solo, dan wel een groepsconstellatie, lijkt me minder relevant.