Evolutie van veneuze trombo-embolie volgens kankertype

Volgens een retrospectief onderzoek hangt de klinische evolutie van een veneuze trombo-embolie gedeeltelijk af van de ligging van de onderliggende primaire tumor. De ligging van de tumor blijkt inderdaad invloed te hebben op het risico op recidief en bloedingen. Reden om de behandeling aan te passen?
Sinds september 2014 hebben de onderzoekers 3.947 kankerpatiënten gerekruteerd en in vier groepen ingedeeld naargelang van de ligging van de primaire tumor: borst (n = 938), prostaat (n = 629), colon/rectum (n = 1.189), long (n = 1.191). 55% van de patiënten vertoonde metastasen (respectievelijk 42%, 36%, 53% en 72% van de patiënten).
Tijdens een antistollingstherapie wegens een veneuze trombo-embolie (gemiddelde duur 139 dagen) was de frequentie van recidief van trombo-embolie vergelijkbaar met de frequentie van ernstige bloedingen bij de patiënten met borstkanker: respectievelijk 5,6 (95% betrouwbaarheidsinterval 3,8-8,1] versus 4,1 (95% BI = 2,7-5,9) per 100 patiëntjaren. Idem wat colorectale kanker betreft: de overeenstemmende cijfers waren respectievelijk 10 (95% BI = 7,6-13,0) en 12 (95% BI = 9,4-15) per 100 patiëntjaren. Bij de twee andere kankers was de klinische evolutie echter anders.
Bij patiënten met prostaatkanker was de frequentie van recidief van de veneuze trombo-embolie tweemaal lager dan de frequentie van ernstige bloedingen: respectievelijk 6,9 (95% BI = 4,4-10,0) en 13 (95% BI = 9,2-17,0) per 100 patiëntjaren. Bij de patiënten met bronchuskanker was dat net omgekeerd: de frequentie van recidief van trombo-embolie was tweemaal hoger dan die van ernstige bloedingen: respectievelijk 27 (95% BI = 22-33) en 11 (95% BI = 8,6-15,0) per 100 patiëntjaren.
Mahé I et al.: The Clinical Course of Venous Thromboembolism May Differ According to Cancer Site. Am J Med., 2017;130:337-347. DOI:10.1016/j.amjmed.2016.10.017 http://www.amjmed.com/article/S0002-9343(16)31190-1/fulltext