Relatief hoog recidiefpercentage na eerste antirefluxoperatie

Hoeveel patiënten op populatiebasis krijgen opnieuw gastro-oesofagale reflux (GERD) na een laparoscopische antirefluxingreep? En welke risicofactoren voor dit recidief kunnen worden geïdentificeerd?
Uit het Zweedse patiëntenregister werden, van 1 januari 2005 tot 31 december 2014, 2.655 patiënten met GERD geïdentificeerd. Zij werden gelinkt aan het Zweedse register voor doodsoorzaken en dat van geneesmiddelenvoorschriften.
Als definitie van recidief werd genomen: meer dan zes maanden gebruik van PPI of H2-receptorantagonisten, of een secundaire antirefluxoperatie. Na mediaan 5,6 maanden hadden 470/2.655 patiënten een recidief (17,7%), waarvoor 83,6% antirefluxmedicatie nam en 16,4% een secundaire antirefluxingreep onderging.
Significante risicofactoren voor recidief waren: vrouwelijk geslacht (HR 1,57), oudere leeftijd (HR 1,41 voor ≥61 jaar versus ≤45 jaar) en comorbiditeit (HR 1,36 voor Charlson comorbiditeitsindex ≥1 versus 0). Het aantal antirefluxoperaties die in het ziekenhuis werden uitgevoerd had geen impact op het al dan niet optreden van recidief (HR 1,09; 0,77-1,53; voor ≤24 versus >76 ingrepen).
Besluit: gastro-oesofagale reflux na een eerste antirefluxingreep is niet uitzonderlijk en kan worden behandeld met antirefluxmedicatie op lange termijn of met een tweede ingreep waardoor de winst van de eerste operatie uiteraard wordt gehypothekeerd.
Maret-Ouda J et al. Association Between Laparoscopic Antireflux Surgery and Recurrence of Gastroesophageal Reflux. JAMA 2017;318(10)939-46. doi:10.1001/jama.2017.10981. https://jamanetwork.com/journals/jama/article-abstract/2653734