PremiumPediatrie

Opkomende infecties in de kindergeneeskunde: recente evoluties en klinische elementen 

EAPS-CONGRES 2025 Opkomende infecties zijn een uitdaging in de kindergeneeskunde. Ze verhogen de morbiditeit bij kinderen en daarom is het belangrijk de preventie, de diagnostiek en de behandeling snel dienovereenkomstig aan te passen.  

Infections émergentes en pédiatrie

Op het congres van de EAPS 2025 (European Academy of Paediatric Societies) werd een sessie gewijd aan nieuwe evoluties op het vlak van infecties bij kinderen. De belangrijkste problemen, die werden aangesneden, zijn: de recente evolutie van seizoensgebonden griep en het respiratoir syncytieel virus (RSV), epidemiologische veranderingen en de behandeling van bot- en gewrichtsinfecties bij kinderen.

Seizoensgebonden griep: evolutie epidemiologisch profiel

In de winter van 2025-2026 is het aantal PCR-tests voor griep al heel vroeg en snel gestegen, meer dan in de winter van 2022-2023. Japan heeft een epidemie gekend, waardoor een groot aantal kinderen in een ziekenhuis werd opgenomen en veel scholen werden gesloten. Dat is een alarmsignaal geweest voor het noordelijke halfrond. De Europese en de Britse bewakingssystemen bevestigen dat het griepvirus ongewoon vroeg is gaan circuleren.

Die dynamiek betrof vooral kinderen van schoolgaande leeftijd. Dat zijn vaak de eerste slachtoffers doordat ze met veel andere mensen in contact komen en doordat hun natuurlijke immuniteit nog beperkt is. Er is ook een hoger aantal gevallen waargenomen bij jongvolwassenen, wat wijst op een bredere circulatie van het virus. De diagnostiek is veranderd: er worden vaker sneltests uitgevoerd in het ziekenhuis en de eerstelijnszorg, waardoor klinische griepachtige syndromen ook vaker virologisch worden bevestigd.

Wereldwijd blijken de dominante stammen geleidelijk te verschuiven. Het vorige seizoen werd gedomineerd door het A(H1N1)-virus. Het huidige seizoen wordt gekenmerkt door een sterkere circulatie van het A(H3N2)-virus. De expansie van de J2.4-clade van dat subtype en de recente ontdekking van nieuwe subclades correleren met een sterkere vermenigvuldiging van het virus en minder neutralisatie bij hemagglutinatie-inhibitietests.

De Europese gegevens over de werkzaamheid van het vaccin tijdens het vorige seizoen (2024-2025) zijn echter toch bemoedigend. Vaccinatie van kinderen en adolescenten resulteerde in een significante daling van het aantal ziekenhuisopnames. Dat bevestigt het nut van vaccinatie van kinderen, ook als de stammen die in het vaccin zitten niet perfect overeenstemmen met de circulerende stammen.

Gezien de snelle evolutie van de ziektekiemen moeten de klinische richtlijnen inzake epidemiologische surveillance, preventie door vaccinatie en het therapeutische beleid in de kindergeneeskunde regelmatig opnieuw tegen het licht worden gehouden.

RSV en preventie via de moeder

Vaccinatie van de moeder tegen RSV is belangrijk voor de bescherming van jonge baby’s. In het Verenigd Koninkrijk is de vaccinatiecampagne, van start gegaan in september 2024, snel aangeslagen en is de dekking gestegen van circa 10% van de geboortes tijdens de eerste maand tot meer dan 50% van de geboortes enkele maanden later. Volgens de klinische studies en de post-marketingsurveillance is het veiligheidsprofiel geruststellend. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen van een hoger risico op vroeggeboorte of het syndroom van Guillain-Barré bij de moeder. 

Volgens de eerste gegevens verkregen in het reële leven is het aantal ziekenhuisopnames wegens RSV-infectie bij baby’s jonger dan drie maanden met inbegrip van prematuren sterk gedaald. Vanaf tien dagen na vaccinatie van de moeder wordt een beschermend effect waargenomen, wat het belang van de juiste timing van vaccinatie t.o.v. het moment van de bevalling benadrukt. Deze resultaten wijzen op een gunstige trend in ziekenhuisopnames als gevolg van RSV.

Surveillancegegevens wijzen bovendien op een mogelijke verschuiving in het gebruikelijke seizoensprofiel van RSV, met een lagere activiteit bij de start van het seizoen ’25-‘26 in vergelijking met voorgaande jaren. Deze tendens werpt de vraag op of het verband tussen RSV en ernstige bronchiolitis mogelijk afneemt of verdwijnt. Vooraleer een dergelijk fenomeen bevestigd kan worden, moeten echter eerst meerdere seizoenen geanalyseerd worden.

Bot- en gewrichtsinfecties bij kinderen

Het tweede deel van de sessie ging over bot- en gewrichtsinfecties bij kinderen. Dergelijke infecties zijn frequent, maar soms moeilijk te diagnosticeren. Die infecties zijn niet nieuw, maar de epidemiologie en de behandeling ervan zijn de laatste jaren toch wezenlijk veranderd. 
Staphylococcus aureus is de frequentste verwekker in Europa. 

Kingella kingae blijkt een belangrijke oorzaak van bot- en gewrichtsinfecties te zijn bij kinderen jonger dan vier à vijf jaar. Dat is met name duidelijk geworden door het frequentere gebruik van PCR-tests. Het klinische beeld van een K. kingae-infectie is vaak weinig opvallend: weinig of geen koorts en soms maar een lichte stijging van de ontstekingsmarkers, wat het moeilijk maakt de diagnose te stellen. 

Beeldvorming speelt dan ook een belangrijke rol. Standaardröntgenfoto’s en een echografie kunnen in het begin negatief zijn. Met een MRI kan je de diagnose wel stellen, de omvang van de letsels ramen en de behandeling sturen. Meestal wordt een probabilistische behandeling voorgeschreven met antibiotica die vooral gericht zijn tegen methicillinegevoelige St. aureus. In veel Europese landen is de prevalentie van MRSA in de gemeenschap immers laag.

Alsmaar vaker wordt bij kinderen die geen complicaties of uitzaaiing vertonen, na een korte intraveneuze behandeling sneller overgeschakeld op een orale behandeling. Daardoor kan je de duur van het ziekenhuisverblijf inkorten zonder de prognose in het gedrang te brengen. De totale duur van de behandeling hangt af van het type infectie.

Referenties:
1. Kissling E, et al. Interim estimates of 2024-2025 seasonal influenza vaccine effectiveness in Europe: results from eight studies. Euro Surveill. 2025;30(5):2400046. 
2. McLachlan I, et al. Effectiveness of the maternal RSVpre-F vaccine against severe disease in infants in Scotland, UK: national population-based case-control study and cohort analyses. Lancet Infect Dis. 2025 Nov 29; Epub ahead of print.. 
3. Arnold SR, et al. Changing patterns of acute hematogenous osteomyelitis and septic arthritis in children. Pediatrics. 2006;117(3):e673-e679. 
4. Peltola H, et al. Short-versus long-term antimicrobial treatment for acute hematogenous osteomyelitis of childhood: a prospective, randomized trial. N Engl J Med. 2010;362(18):1637-1646. 

Geschreven door Dr. Jonathan Munos8 december 2025
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Print Magazine

Recente Editie
17 maart 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine