Chronische liespijn
Thomas Mathieu realiseert historische doorbraak in sportgeneeskunde
Chronische liespijn bij sporters wordt vaak onder de verzamelterm ‘pubalgie’ geplaatst, terwijl de exacte pijnbron geregeld onduidelijk blijft. In zijn doctoraat aan de Universiteit Antwerpen identificeerde sportarts dr. Thomas Mathieu (AZ Rivierenland) een tot dusver onderbelicht letsel van het inferieure schaambeenligament (inferior pubic ligament, IPL), herkenbaar op MRI en uitgewerkt in een eerste classificatie.
Filip Ceulemans
Chronische liespijn is een frequente en frustrerende problematiek bij (top)sporters en treft ook in België jaarlijks duizenden patiënten. De term ‘pubalgie’ verwijst naar pijn rond de pubis, vaak met uitstraling naar lies en onderbuik, maar is diagnostisch weinig specifiek. Rond de pubische symfyse convergeren meerdere pezen, spieren en ligamentaire structuren in een klein gebied. Dat maakt het klinisch lastig om één primaire pijnbron aan te wijzen. Het gevolg: lange trajecten met rust, kinesitherapie en een voorzichtige sporthervatting, met wisselend resultaat en een reëel hervalrisico.
In dat kader focuste Mathieu, arts-specialist in de fysische en sportgeneeskunde, op het IPL. “De ligamenten van de knie en van de enkel zijn uitvoerig bestudeerd, maar naar de ligamenten van het schaambeen werd veel minder onderzoek gedaan”, stelde hij bij zijn publieke verdediging. Het IPL draagt bij aan de stabiliteit van de pubische symfyse en staat tijdens sprinten, kappen en trappen bloot aan hoge trekkrachten en torsie, wat microtrauma kan doen accumuleren.
Schaambeen
Het doctoraat suggereert dat een scheur of degeneratieve schade van het IPL in een aanzienlijk aantal gevallen verantwoordelijk kan zijn voor pubale liespijn. In een MRI-analyse van atleten met pijn ter hoogte van het schaambeen vertoonde ongeveer één op drie beeldvormingstekenen passend bij een IPL-scheur. Een bijkomende uitdaging is de beperkte doorbloeding van het ligament, waardoor spontane genezing kan uitblijven en langdurige rust niet altijd tot symptoomvrij herstel leidt.
De klinische meerwaarde ligt vooral in de herkenbaarheid op MRI. Mathieu beschreef een eerste classificatiesysteem om radiologen en clinici een gemeenschappelijke taal te geven voor de interpretatie van IPL-afwijkingen. Dat kan helpen om de heterogene ‘pubalgie’-groep te ontleden in meer afgelijnde subentiteiten, met mogelijk andere prognose en behandelstrategie.
Internationale referentiecentra
Opvallend is ook het anatomische luik. Daarin wordt beschreven dat aanhechtingszones van verschillende structuren in de liesregio anatomisch sterker met elkaar verstrengeld kunnen zijn dan traditioneel in leerboeken wordt voorgesteld. Dergelijke verwevenheid kan verklaren waarom klachten niet altijd “volgens het boekje” één pees of spier volgen en waarom gecombineerde overload- of tractieletsels zich klinisch gemengd presenteren. Internationale referentiecentra namen de beschrijvingen intussen op in lopend onderzoek; ze werden ook als referentie gebruikt in recente chirurgische richtlijnen en in een Amerikaanse multicenterstudie bij profvoetballers.
Externe validatie
De implicaties situeren zich op drie niveaus. Ten eerste verdient het IPL een expliciete plaats in de differentiaaldiagnose bij persisterende pubale pijn, zeker wanneer eerdere therapieën falen. Ten tweede kan betere herkenning gerichte interventies ondersteunen: Mathieu rapporteert al klinisch succes met doelgerichte inspuitingen bij geselecteerde patiënten, als aanvulling op load management en aangepaste revalidatie. Ten derde kunnen de biomechanische inzichten bijdragen aan preventie, bijvoorbeeld via core- en bekkenstabiliteit, sport-specifieke belastbaarheid en een doordachte return-to-play-opbouw.
Hoewel de bevindingen uit de sportcontext komen, kan de relevantie breder zijn. Ook bij postpartum patiënten met chronische lies- of symfyseklachten kan ligamentaire schade meespelen, wat vraagt om zorgvuldige klinische evaluatie en gerichte beeldvorming.
Externe validatie in grotere, prospectieve cohorten en het verder uitwerken van behandelalgoritmen blijven nodig. Maar de boodschap is helder: wie chronische liespijn reduceert tot ‘pubalgie’ riskeert een diagnose van uitsluiting. Het IPL hoort mee in het klinisch denken – én in het MRI-verslag – wanneer de lies de “Bermuda-driehoek” van de sportgeneeskunde dreigt te worden.