Resolutie vraagt interfederale strategie voor palliatieve zorg
Op donderdag 21 mei behandelde de Kamer van Volksvertegenwoordigers een ontwerpresolutie ingediend door Carmen Ramlot (Les Engagés), gericht op de ontwikkeling van een echte interfederale strategie voor palliatieve zorg.

Dit voorstel van resolutie heeft tot doel de kwaliteit van de palliatieve zorg in België te verbeteren door te zorgen voor een gediversifieerd en gecoördineerd zorgaanbod dat beantwoordt aan de wensen en behoeften van de patiënten, voor voldoende begeleiding door gekwalificeerde en bekwame zorgverleners met actuele kennis op het gebied van palliatieve zorg, en voor geografisch en financieel toegankelijke palliatieve zorg.
Carmen Ramlot vindt dat we af moeten van een al te simplistische kijk op palliatieve zorg, die nog te vaak wordt geassocieerd met de laatste uren van het leven. Ze benadrukt dat palliatieve zorg in de eerste plaats een holistische benadering van patiëntenzorg is, gericht op waardigheid, kwaliteit van leven, pijnverlichting en respect voor de keuzes van de patiënt.
"Palliatieve zorg betekent niet het opgeven van een behandeling. Het gaat over het kiezen van een ander soort ondersteuning. Het gaat erom ervoor te zorgen dat iedereen de juiste zorg krijgt, op het juiste moment, op de juiste plaats, tot aan het einde van hun leven," zegt ze.
De resolutie legt ook de nadruk op steun voor families, die vaak geconfronteerd worden met een aanzienlijke emotionele, menselijke en organisatorische last wanneer de ziekte chronisch wordt.
Ondersteuning tussen ziekenhuis en thuis
Een van de ideeën die naar voren worden gebracht is de ontwikkeling van nieuwe vormen van ondersteuning, zoals "palliatieve intermediaire zorg", bedoeld als een tussenoplossing tussen ziekenhuis en thuis. Het idee is om passende zorg te bieden aan patiënten die niet noodzakelijkerwijs een klassieke ziekenhuisopname nodig hebben, maar die thuis niet naar behoren kunnen worden verzorgd.
De tekst roept ook op tot een betere geografische en financiële toegang tot zorg, om ervoor te zorgen dat waar patiënten wonen niet bepalend is voor de kwaliteit van hun zorg.
Verzoeken aan de federale regering
Het voorstel van resolutie verzoekt de federale regering, in overleg met de deelstaten:
1. een interfederale strategie inzake palliatieve zorg uit te werken en te implementeren, met het oog op de totstandkoming van een optimaal model voor palliatieve ondersteuning, gebaseerd op de volgende maatregelen:
1.1. duidelijker bepalen op wie palliatieve zorg betrekking heeft;
1.2. het huidige palliatief zorgaanbod uitbreiden om een optimale werking van de bestaande diensten te garanderen en tegemoet te komen aan de toenemende en alsmaar uiteenlopende behoeften en wensen van de patiënten, via de volgende maatregelen:
1.2.1. binnen een ziekenhuis: 1.2.1.1. de daadwerkelijke behoeften aan Sp4-bedden gedetailleerd in kaart brengen, rekening houdend met de bestaande toestand, de reeds lopende initiatieven en het gewenste palliatief zorgmodel, teneinde het noodzakelijke aantal Sp4-bedden nauwkeurig in te schatten; 1.2.1.2. het ziekenhuisaanbod uitbreiden door te voorzien in meer bedden in de palliatieve eenheden (Sp4-bedden), met bijzondere aandacht voor een goede – met name geografische – spreiding; 1.2.1.3. de mobiele teams binnen ziekenhuizen uitbreiden;
1.2.2. buiten een ziekenhuis: 1.2.2.1. over heel België palliatieve dagzorgcentra oprichten, teneinde ernstig zieke of sterk afhankelijke thuiswonende patiënten aangepaste of gespecialiseerde zorg te bieden en hun naasten tegelijk ademruimte te bieden; 1.2.2.2. de multidisciplinaire tweedelijnsondersteuningsteams, bestaande uit artsen en in palliatieve zorg gespecialiseerde verpleegkundigen, uitbreiden om de klok rond permanentie te garanderen, als ondersteuning van de eerstelijnszorgteams; 1.2.2.3. de functie van palliatief zorgreferent in de rust- en verzorgingstehuizen versterken;
1.3. het huidige zorgaanbod aan te vullen met nieuwe vormen van residentiële en ambulante palliatieve zorg, zowel in het ziekenhuis als daarbuiten, om de kloof tussen algemene palliatieve thuiszorg en gespecialiseerde palliatieve zorg in een ziekenhuis te overbruggen, ten einde de behandelingsmogelijkheden te diversifiëren en zo beter tegemoet te komen aan de voorkeuren en behoeften van patiënten en hun naasten:
1.3.1. binnen een ziekenhuis: 1.3.1.1. de in het ziekenhuis georganiseerde transmurale raadplegingen uitbouwen, waardoor de in het ziekenhuis aanwezige expertise ter beschikking kan worden gesteld van thuiswonende patiënten met specifieke complexe behoeften; 1.3.1.2. palliatieve zorg verbreden via thuishospitalisatie;
1.3.2. buiten een ziekenhuis: 1.3.2.1. niet-medische woonvoorzieningen en medische woonvoorzieningen – al dan niet geïntegreerd in de bestaande structuren – ontwikkelen; 1.3.2.2. de middle care uitbouwen, zijnde een aanbod van intermediaire palliatieve zorg, tussen de eerstelijnszorg en de zorg in het ziekenhuis;
1.4. bijzondere aandacht te besteden aan palliatieve zorg voor kinderen en adolescenten;
1.5. meer zorgcontinuïteit voor de betrokken patiënten te bewerkstelligen, via:
1.5.1. een zodanige organisatie van de zorg dat de zorgvormen voldoende op elkaar zijn afgestemd om de nodige flexibiliteit te bieden en de kwaliteit van de zorg te waarborgen, evenals de eerbiediging van de wensen en behoeften van de patiënt;
1.5.2. een organisatie van de zorg die de patiënten in staat stelt te kiezen tussen de verschillende zorgopties, naargelang van hun behoeften en wensen, die mettertijd kunnen veranderen;
1.5.3. een snellere en meer gestructureerde informatie-uitwisseling tussen de verschillende zorgverleners die een palliatieve patiënt begeleiden;
1.6. de voorkeuren van patiënten met betrekking tot hun levenseinde centraal te stellen en zoveel mogelijk te eerbiedigen, alsook de zorg te organiseren op basis van hun behoeften en voorkeuren in plaats van op hun leeftijd (jonger of ouder dan 65 jaar) of levensverwachting;
1.7. de naasten beter bij te staan met specifieke respijt- en ondersteuningsdiensten die continu (ook buiten de werkuren) beschikbaar zijn, en tevens burn-outscreening en preventie te bieden, ook nog na het overlijden van de patiënt;
1.8. meer budget vrij te maken voor het palliatief zorgaanbod, teneinde te verzekeren dat die zorg voor alle patiënten betaalbaar blijft naargelang van hun behoeften, en meer in het bijzonder:
1.8.1. de uitbreiding van het huidige aanbod financieren;
1.8.2. de ontwikkeling van nieuwe opties op het vlak van noodzakelijke palliatieve zorg financieren, teneinde het zorgaanbod te diversifiëren;
1.8.3. de verschillen die thans nog in de kosten ten laste van de patiënt kunnen ontstaan naargelang van de context waarbinnen de palliatieve zorg wordt verstrekt, wegwerken of op zijn minst reduceren;
1.8.4. bij de hervorming van de nomenclatuur voorzien in financiering voor de tijd die zorgverleners besteden aan de vereiste holistische evaluaties om de behoeften en voorkeuren te kennen van de patiënten die palliatieve zorg behoeven en meer bepaald om hun zorgplan op te stellen;
1.8.5. het criterium van de maximale levensverwachting voor de toekenning van het palliatief forfait aanpassen door de zorgduur te verlengen, zodat meer patiënten dat forfait kunnen genieten en dus in een vroeger stadium van hun ziekte zorg en thuishulp kunnen krijgen;
1.9. de basisopleiding en bijscholing van de zorgprofessionals te verbeteren, teneinde hun kennis, knowhow en vaardigheden uit te breiden, door een onderscheid te maken in de verwachte kennis en vaardigheden op het gebied van palliatieve aanpak, algemene palliatieve zorg en gespecialiseerde palliatieve zorg;
1.10. te overwegen om (meer) opleiding en ondersteuning aan te bieden aan vrijwilligers die palliatieve ondersteuning verschaffen;
1.11. meer gegevens te verzamelen om het palliatief zorgaanbod te evalueren en beter te kunnen afstemmen op de behoeften van de patiënten, zonder extra administratieve rompslomp voor de betrokken zorgverleners;
2. de FOD Volksgezondheid, de ziekenfondsen en de patiëntenverenigingen op te dragen de patiënten en hun naasten en mantelzorgers beter en bevattelijker te informeren, teneinde hen zo vroeg mogelijk in het zorgtraject te helpen hun medische, sociale, psychologische en spirituele voorkeuren en behoeften kenbaar te maken, alsook te bepalen welke middelen nodig zijn om daaraan tegemoet te komen;
3. de Interministeriële Conferentie (IMC) Volksgezondheid op te dragen de implementering van die interfederale strategie inzake palliatieve zorg te coördineren en regelmatig te evalueren.