Oversterfte nog hoger dan eerst gedacht
Update: Oversterfte tijdens en na hittegolf juni stijgt tot 2.000 extra overlijdens
Tijdens de hittegolf in juni en in de eerste dagen erna waren er in ons land 2.000 meer overlijdens dan normaal. De oversterfte bedraagt daarmee 48 procent. Dat blijkt uit cijfers van het gezondheidsinstituut Sciensano. Vorige week was er nog sprake van 1.747 bijkomende doden, maar het cijfer is nog verder opgelopen.
"De stijging heeft twee oorzaken", stelt Sciensano. Sommige overlijdens worden namelijk pas laattijdig geregistreerd. Bovendien heeft Sciensano de periode met twee dagen uitgebreid, omdat ook op dag vier en vijf na de hittegolf de oversterfte merkelijk hoger was dan verwacht. "Dat is niet ongewoon. Ook andere landen stellen een na-ijleffect vast: mensen kunnen ook ná een periode van hitte overlijden aan de gevolgen daarvan", klinkt het. De cijfers hebben betrekking op de periode van 18 juni tot en met 3 juli.
In Vlaanderen bedroeg de oversterfte 31 procent (768 overlijdens). In Brussel gaat het om 63 procent (188 overlijdens). Wallonië werd met een oversterfte van 77 procent (1.059 overlijdens) het hardste getroffen.
Het gezondheidsinstituut sprak eerder al van een "uitzonderlijke" hittegolf in vergelijking met andere hittegolven, en de zwaarste in percentages en in absolute cijfers sinds in 2000 is gestart met de analyses. Zo bedroeg de oversterfte tijdens de hittegolf van augustus 2020 37,5 procent en tijdens die van augustus 2006 31 procent.
Dat deze hittegolf zo dodelijk was, heeft te maken met de duur ervan, de hoogte van de temperaturen en de ozonconcentratie, zo klinkt het.
Sciensano wijst erop dat de hittegolf niet alleen voor ouderen dodelijk was: bij mensen jongeren dan 65 jaar was er een oversterfte van 61,3 procent of 280 meer sterfgevallen dan normaal. "Het toont aan dat de gevolgen van hitte iedereen kunnen treffen", aldus het gezondheidsinstituut.