OpinieAi in de geneeskunde

AI in de consultatieruimte

Em. prof. dr. Michel Deneyer & prof. dr. Mark De Ridder

Jarenlang stonden er in de consultatieruimte twee stoelen. Eén voor de patiënt. Eén voor de arts. Soms schoof een ouder, een partner of een vertrouwenspersoon aan. Maar de kern van de ontmoeting bleef dezelfde: twee mensen die elkaar vonden in een gesprek over gezondheid, onzekerheid en hoop.

Vandaag lijkt er stilaan een derde stoel te worden bijgeschoven. Daar zit geen mens. Daar zit artificiële intelligentie. Onzichtbaar, maar steeds nadrukkelijker aanwezig. Zij luistert niet mee zoals een collega. Zij voelt geen aarzeling, ziet geen traan en merkt geen stilte op. Toch kan zij in enkele seconden duizenden wetenschappelijke publicaties doorzoeken, medische beelden analyseren, zeldzame diagnoses suggereren en behandelingen vergelijken.

Dat is indrukwekkend. Misschien zelfs revolutionair. Maar de vraag is niet wat AI allemaal kan. De echte vraag is wat zij betekent voor de ontmoeting tussen arts en patiënt. Want geneeskunde is nooit alleen een kwestie van kennis geweest. Zij is altijd ook een kwestie van vertrouwen geweest. Een uitzonderlijk hulpmiddel.

"Zoals elke belangrijke medische innovatie verdient ook artificiële intelligentie een open, kritische en nieuwsgierige houding."

Wie de geschiedenis van de geneeskunde bekijkt, ziet een opeenvolging van technologische revoluties. De stethoscoop veranderde de klinische geneeskunde. De microscoop opende een nieuwe wereld. De röntgenfoto maakte het onzichtbare zichtbaar. CT, MRI en genetische diagnostiek verruimden onze mogelijkheden nog verder.  Aanvankelijk riep elke vernieuwing vragen en zelfs weerstand op. Achteraf bleek telkens dat goede artsen de technologie niet als vervanging van hun vak gebruikten, maar als uitbreiding ervan.

Met artificiële intelligentie gebeurt vandaag iets gelijkaardigs. Ook AI is een instrument. Een buitengewoon krachtig instrument. Zij kan patronen herkennen die een mens gemakkelijk mist. Zij kan miljoenen gegevens verwerken, wetenschappelijke literatuur samenvatten en artsen ondersteunen bij complexe beslissingen. Daardoor zal de kwaliteit van de geneeskunde op vele domeinen ongetwijfeld verbeteren. Dat vooruitzicht mogen wij niet onderschatten. Evenmin moeten wij ervoor terugschrikken. Zoals elke belangrijke medische innovatie verdient ook artificiële intelligentie een open, kritische en nieuwsgierige houding. Niet uit enthousiasme alleen. Maar ook niet uit angst. 

De grenzen van intelligentie

Toch bestaat er een fundamenteel verschil tussen menselijke intelligentie en artificiële intelligentie. AI verwerkt informatie. De arts geeft betekenis aan informatie. Een algoritme kan berekenen dat een behandeling statistisch de grootste kans op succes biedt. Maar het kan niet beantwoorden of die behandeling past bij het leven, de waarden en de wensen van deze ene patiënt. Het kan voorspellen. Het kan vergelijken. Het kan adviseren. Maar het kan niet meevoelen. Het kent geen verantwoordelijkheid. Het draagt geen morele last.

Wanneer een arts een moeilijke boodschap brengt, ziet hij hoe woorden binnenkomen. Hij past zijn tempo aan, zwijgt wanneer zwijgen nodig is en zoekt andere woorden wanneer de eerste onvoldoende blijken. Dat zijn geen technische vaardigheden. Dat is menselijke nabijheid. En precies daar ligt wellicht de blijvende opdracht van de arts. Niet méér weten dan de computer. Maar méér mens zijn dan de computer.

Zal AI de arts vervangen?

Die vraag wordt steeds vaker gesteld. Ons antwoord stelt sommigen teleur door zijn eenvoud. Neen. Maar ook: ja. Niet omdat artificiële intelligentie de arts zal vervangen, maar omdat zij de geneeskunde grondig zal veranderen. Artsen die AI negeren, zullen waarschijnlijk worden voorbijgestreefd door artsen die haar verstandig gebruiken. Niet omdat zij minder bekwame clinici zijn, maar omdat zij een krachtig hulpmiddel onbenut laten.

De geschiedenis leert ons dat technologische vooruitgang zelden beroepen volledig doet verdwijnen. Zij verandert vooral de inhoud ervan.

De arts van vandaag werkt anders dan zijn voorgangers van vijftig jaar geleden. Hij beschikt over medische beeldvorming, genetische analyses, elektronische patiëntendossiers en digitale communicatie. Toch herkennen Hippocrates en Vesalius wellicht nog steeds de essentie van zijn beroep: luisteren, onderzoeken, oordelen en begeleiden.

"Hoe intelligenter de technologie wordt, hoe belangrijker de menselijke kwaliteiten van de arts zullen worden."

Met artificiële intelligentie zal dat niet anders zijn. Routine zal steeds vaker worden geautomatiseerd. Beeldanalyse zal sneller verlopen. Literatuuronderzoek zal in seconden gebeuren. Administratieve taken zullen grotendeels door intelligente systemen worden ondersteund. Daardoor ontstaat een opmerkelijke paradox. Hoe intelligenter de technologie wordt, hoe belangrijker de menselijke kwaliteiten van de arts zullen worden. Niet omdat kennis minder belangrijk wordt. Integendeel. Maar omdat kennis steeds toegankelijker wordt. Wat schaars blijft, is het vermogen om kennis wijs toe te passen op een unieke mens. Dat vermogen laat zich niet automatiseren. De verantwoordelijkheid blijft menselijk Artificiële intelligentie kan adviseren. Zij kan waarschuwen. Zij kan alternatieven voorstellen. Maar zij kan geen verantwoordelijkheid dragen. Een computer kent geen twijfel. Hij kent alleen waarschijnlijkheden. Hij voelt geen morele last wanneer een beslissing verkeerd afloopt. Hij verschijnt niet naast het ziekenhuisbed om een fout uit te leggen. Hij voert geen gesprek met een familie die afscheid neemt. Dat alles blijft de opdracht van de arts.

Daarom zal ook in het tijdperk van artificiële intelligentie de professionele verantwoordelijkheid uiteindelijk bij een mens blijven rusten. Dat is geen tekortkoming van AI. Het is een wezenlijk kenmerk van de geneeskunde. Geneeskunde is immers niet alleen het toepassen van wetenschappelijke kennis. Zij is ook het opnemen van verantwoordelijkheid voor beslissingen die diep ingrijpen in het leven van anderen.

Die verantwoordelijkheid kan men ondersteunen. Maar niet uitbesteden.

Van weten naar wijsheid

Misschien brengt artificiële intelligentie ons wel terug naar een oude waarheid. Eeuwenlang werd de arts gewaardeerd omdat hij meer wist dan zijn patiënt. Dat kennisvoordeel wordt kleiner.

Patiënten hebben toegang tot medische informatie, wetenschappelijke publicaties en intelligente zoeksystemen. Ook zij zullen steeds vaker AI raadplegen vóór zij een arts bezoeken. Dat hoeft geen bedreiging te zijn. Integendeel. Het verandert de rol van de arts. De arts wordt minder de bewaker van kennis en meer de gids die helpt onderscheiden wat juist, relevant en zinvol is. Kennis is beschikbaar. Wijsheid blijft schaars. En precies daar zal de meerwaarde van de arts steeds duidelijker worden. Niet in het reproduceren van feiten. Maar in het verbinden van wetenschap, ervaring, empathie en ethisch oordeel. Dat is een vorm van intelligentie waarvoor geen rekenkracht volstaat. Daarvoor is menselijkheid nodig.

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
30 juni 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine