De jeugd van tegenwoordig
Ik zou het graag eens hebben over ‘de jeugd van tegenwoordig’.
Als kinderpsychiater kan ik met gemak onheilsprofeten over omineuze onweerswolken boven komende generaties. In dit schrijven wil ik me echter toespitsen op de mentaliteit van de jeugdigen in het artsenkorps. Dit schrijven is voor alle duidelijkheid ‘eminence-based’ en stoelt niet op cijfers, doch ik meen dat menig collega het verhaal zal herkennen, in het bijzonder binnen de ziekenhuisomgeving.
Een plejade aan factoren maken onze job aantrekkelijk. Iedereen herkent en waardeert onze intellectuele vrijheid en cognitieve uitdagingen, net als maatschappelijk aanzien en eigenstandig werken. Sociale interactie, voldoening uit grote en kleine succesverhalen en dankbaarheid van patiënten zijn niet in euro’s uit te drukken. Geen van ons werkt voor de hemelse dauw, en inderdaad lardeert een mooi inkomen dit mandje aan lekkers.
Voor dit mandje moet evenwel een prijs betaald. Die prijs lijken jongere collega’s niet (meer) bereid te betalen.
Arts zijn betekent nolens volens er zijn wanneer de gezondheid van de patiënt dit vraagt.
'Tot onze grote collectieve frustratie respecteren ziekten of calamiteiten de werkuren niet'
Tot onze grote collectieve frustratie respecteren ziekten of calamiteiten de werkuren niet. Evenmin trekt dame Fortuna zich iets aan van week- en weekendritme of hobby’s van zoon- of dochterlief. En net wanneer geen kat zich nog op de baan waagt, wordt van ons een strijd met de weergoden verwacht om hulpbehoevenden te helpen.
Arts zijn impliceert continuïteit van zorgen binnen een collegiale harmonie. Dit botst steeds vaker met de toenemende en soms wat astrante eis van jonge collega’s naar een afgestemde work-lifebalance. Die balans dient terecht in vraag gesteld en afgestemd op de actuele maatschappelijke context, maar er is een ondergrens.
Eens die grens echter doorbroken en de bodem uit het aangehaalde mandje der lekkers geslagen zal eerst de patiënt, maar later ook de arts zelf met lege handen achterblijven.
Eerder schreef ik een opiniestuk omtrent dit thema in dit medium. Ik kreeg het antwoord dat ik net als psychiater ‘het echte leven’ diende voor te staan. Ik zal de betreffende collega bij deze van antwoord dienen met de vraag of hij mijn wacht overneemt wanneer ik van het echte leven aan het genieten ben.