Hypothalame obesitas: is er eindelijk een gerichte behandeling?
Verworven hypothalame obesitas is een van de meest gevreesde complicaties van een hypothalamusletsel bij kinderen. Een studie die gepubliceerd werd in het New England Journal of Medicine toont aan dat setmelanotide een significante verlaging van de BMI mogelijk maakt. De molecule remt overmatige eetlust af en biedt zo een nieuw therapeutisch perspectief voor deze zeldzame aandoening.
Hypothalame obesitas is het gevolg van een permanente verstoring van de centra die de energiebalans reguleren. De aandoening gaat gepaard met hyperfagie, een verminderd energieverbruik in rust, hypopituïtarisme, vermoeidheid, slaapstoornissen en een verstoorde thermoregulatie. Huidige behandelingen, zoals GLP-1-agonisten of bariatrische chirurgie, richten zich niet rechtstreeks op de hypothalame disfunctie.
Minder honger
In deze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase 3-studie kregen 120 patiënten (leeftijd 4-66 jaar) gedurende 52 weken dagelijks een subcutane injectie met setmelanotide of placebo. In 78% van de gevallen was een craniopharyngioom de oorzaak van de hypothalame obesitas. Setmelanotide is een melanocortine-4-receptoragonist (MC4R) en richt zich op een signaalroute die een rol speelt bij de regulering van het verzadigingsgevoel en het energieverbruik.
Het belangrijkste criterium, de verandering in BMI na 52 weken, liet een gemiddelde afname van 16,5% zien bij behandeling met setmelanotide, tegenover een toename van 3,3% bij de placebogroep (p < 0,001). Bij 80% van de behandelde patiënten werd een afname van de BMI met ten minste 5% waargenomen, wat in de placebogroep slechts bij 10% van de patiënten het geval was. Ook de hongerscores – die het tweede belangrijkste criterium waren – verbeterden aanzienlijk bij behandeling met setmelanotide. De secundaire en verkennende analyses bevestigden deze resultaten.
Verdere opvolging nodig
Over het algemeen kwam het tolerantieprofiel overeen met de reeds beschikbare gegevens over setmelanotide. De meest voorkomende bijwerkingen waren een hyperpigmentatie van de huid, misselijkheid, braken en hoofdpijn, doorgaans van lichte tot matige ernst. De ernstige bijwerkingen kwamen vaker voor in de behandelde groep (28% tegenover 8%), al werd slechts één voorval als behandelingsgerelateerd beschouwd. Het ging om een episode van hypernatriëmie bij een patiënt met een vasopressinedeficiëntie, als gevolg van braken (veroorzaakt door setmelanotide).
De behandelmogelijkheden voor hypothalame obesitas zijn beperkt en dus betekenen deze resultaten een belangrijke doorbraak maar omdat we bij deze aandoening eerder uitgaan van een langdurige behandeling, moeten we bij de relatief korte duur van het onderzoek (ongeveer een jaar) toch een kanttekening maken. Vervolgonderzoek is lopende en zal de werkzaamheid en de tolerantie van de behandeling op langere termijn moeten evalueren.
Referenties:
Miller JL, van Santen HM, Phillips SA, et al. Setmelanotide for the treatment of acquired hypothalamic obesity. N Engl J Med. 2026;395:138-50. doi:10.1056/NEJMoa2512275