Medisch begeleide voortplanting en kanker: risico al bij al niet toegenomen
Er wordt alsmaar vaker een beroep gedaan op medisch begeleide voortplanting. De vraag rijst dan ook of daardoor het risico op hormoongevoelige kanker zou kunnen stijgen. In 2026 is in JAMA Network Open een groot Australisch cohortonderzoek gepubliceerd, dat al bij al geruststellend is.
De studie is uitgevoerd bij 417.984 vrouwen van 18 tot 55 jaar, die gedurende bijna 28 jaar werden gevolgd (mediane follow-up circa tien jaar naargelang van de techniek). De totale incidentie van invasieve kanker bij vrouwen die gebruik hadden gemaakt van medisch begeleide voortplanting, was vergelijkbaar met die in de algemene populatie (SIR 1,00 met ART en 0,99 met intra-uteriene inseminatie en ovulatie-inductie). Er is een licht hogere incidentie vastgesteld in de clomifeencohorte (SIR 1,04), maar het absolute verschil was zeer klein.
Verschillen volgens de ligging
De vorsers hebben verschillen in incidentie waargenomen volgens de ligging van de tumor. De incidentie van endometriumcarcinoom was verhoogd in alle groepen en het hoogst in de clomifeencohorte (SIR tot 1,83). Ook is een hogere incidentie van ovariumkanker gemeten na ART en intra-uteriene inseminatie en ovulatie-inductie (SIR respectievelijk 1,23 en 1,18). Een hogere incidentie van borstcarcinoom in situ is gerapporteerd na ART (SIR 1,24), zonder toename van het aantal invasieve kankers.
Omgekeerd is een lagere incidentie van meerdere kankers waargenomen en met name baarmoederhalskanker (SIR 0,52-0,61) en longkanker (SIR 0,62-0,70). De absolute verschillen waren echter klein: slechts enkele extra gevallen per 100.000 patiëntjaren. De totale incidentie was vergelijkbaar met die in de algemene bevolking.
Voorzichtigheid geboden bij de interpretatie van de resultaten
Uit die studie kan niet worden afgeleid dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen medisch begeleide voortplanting en kanker. Het is een observatieonderzoek dat die vrouwen heeft vergeleken met de algemene bevolking zonder correctie voor belangrijke factoren waaronder vooral de oorzaak van de onvruchtbaarheid en roken.
Het zou kunnen dat de resultaten zijn vertekend door meerdere factoren. Vrouwen die gebruik maken van medisch begeleide voortplanting, roken minder. De incidentie van bepaalde kankers en met name longkanker zal dan ook lager zijn bij die vrouwen. Bovendien worden die vrouwen medisch beter gevolgd, waardoor bepaalde letsels, vooral letsels van de baarmoederhals, vroeger worden gediagnosticeerd. Ook correleren bepaalde oorzaken van onvruchtbaarheid en vooral dan endometriose met een specifiek oncologisch risico ongeacht de behandeling.
Al bij al is de boodschap dus toch geruststellend. Toch is het belangrijk de follow-up aan te passen aan het risicoprofiel van elke patiënte afzonderlijk.
Referenties:
1. De vorsers hebben de volgende technieken van medisch begeleide voortplanting tegen het licht gehouden: ART (IVF en ICSI), intra-uteriene inseminatie en ovulatie-inductie met clomifeencitraat.
2. De SIR (standardized incidence ratio) is de verhouding tussen het waargenomen aantal gevallen en het verwachte aantal in de algemene bevolking. Een waarde van 1 wijst op een vergelijkbaar risico.
3. Vajdic CM, Walker AR, Anazodo AC, et al. Cancer incidence in women after medically assisted reproduction. JAMA Netw Open. 2026;9(3):e261332. doi:10.1001/jamanetworkopen.2026.1332.